25/03/2011
De verzekeringsmaatschappij erkent eindelijk de invaliditeit van mijnheer R. en betaalt voortaan maandelijks de invaliditeitsrente.
Mijnheer R., die in het Groothertogdom Luxemburg woont, heeft een levensverzekering afgesloten bij een Belgische verzekeringsmaatschappij. De polis bevat een aanvullende verzekering tegen het “risico van invaliditeit”.
Wanneer hij in 2007 het slachtoffer wordt van een werkongeval, dient hij bij de verzekeringsmaatschappij een aanvraag in om zijn invaliditeit te erkennen en hem, in overeenstemming met de voorwaarden van zijn levensverzekering, een invaliditeitsrente uit te keren.
De verzekeringsmaatschappij weigert te betalen omdat de invaliditeitsgraad van mijnheer R. volgens de adviserende geneesheer onder de minimum grens ligt. Het “Conseil Arbitral des Assurances Sociales du Grand-Duché du Luxembourg” heeft nochtans de invaliditeit van mijnheer R. erkend.Omdat mijnheer R. er niet in slaagt de verzekeringsmaatschappij te overhalen, legt hij zijn probleem voor aan het ECC.
Wij hebben de verzekeringsmaatschappij gecontacteerd maar die bleef in eerste instantie bij haar standpunt. Wij gaven ons nog niet gewonnen en wezen erop dat het “Conseil Arbitral des Assurances Sociales” een rechtbank van eerste aanleg is, bevoegd voor sociale zekerheid en dat haar beslissing tegenstelbaar is aan de verzekeringsmaatschappij.
Dankzij onze bemiddeling heeft de verzekeringsmaatschappij haar standpunt herzien en erkende het de invaliditeit van mijnheer R. De maatschappij heeft hem alle achterstallige uitkeringen sinds 1 januari 2009 uitbetaald en stort voortaan zijn invaliditeitsrente op maandelijkse basis tot juli 2021. anl/kme
|