Abonneren nieuwsbrief  
Nieuwsbriefarchief  


A A A

Home » Over ons » Onze activiteiten


20/12/2011
Seminarie: Europese procedure voor geringe vorderingen: onbekend of onbemind?

Seminarie: Europese procedure voor geringe vorderingen: onbekend of onbemind?

Samenvatting van de presentaties.

In samenwerking met de FOD Justitie heeft het Europees Centrum voor de Consument op 2 december 2011 een seminarie georganiseerd over de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV). De Europese Commissie voerde deze procedure in als een goedkope en eenvoudige methode voor het oplossen van een geschil met een handelaar of een burger uit een andere lidstaat. Uit de praktijk blijkt dat de procedure bijna niet wordt toegepast. Het Europees Centrum voor de Consument wou met dit seminarie peilen naar een verklaring en deze procedure beter bekendmaken.

Hieronder vatten wij de presentaties van de verschillende sprekers even kort samen.

  • Edith Appelmans, directrice van het Europees Centrum voor de Consument
    Openingswoord en uiteenzetting van de ECC-Net studie over de implementatie van Verordening 861/2007 in de EU 

Mevrouw Appelmans heeft het Net van de Europese Centra voor de Consument voorgesteld. Dit net werd opgericht door de Europese Commissie en de lidstaten en bestaat uit 29 centra. Het heeft als doel het vertrouwen van de consumenten in de eengemaakte markt te verhogen. Het ECC-Net heeft in 2010 meer dan 71.000 vragen ontvangen, waarvan 44.000 klachten. In 2010 heeft het ECC-Net een eerste onderzoek verricht naar de Europese procedure voor geringe vorderingen. Uit dit onderzoek kwamen enerzijds de problemen naar boven die de consumenten ondervinden (taalproblemen, moeilijkheden bij het invullen van het formulier, …). Anderzijds bleek ook dat de helft van de gerechtshoven en de rechtbanken het bestaan van deze procedure nog niet kennen. Vandaar ook het opzet van dit seminarie: peilen naar een verklaring en deze procedure beter bekendmaken.

Voor de volledige presentatie, kik hier.



  • Jacek Garstka, DG Justice Europese Commissie
    Voorstelling van de EPGV en perspectieven op haar ontwikkeling
      

Het doel van de EPGV is de mogelijkheid te bieden om op een eenvoudigere manier een juridische procedure te voeren bij grensoverschrijdende geschillen in de eengemaakte markt, o.a. door de eliminatie van het exequatur. In een helder betoog overloopt J. Garstka de verordening (zie slides).
J. Garstka bevestigt dat het taalgebruik de kosten kan doen oplopen. Hij merkt op dat het horen van de partijen (dus mondelinge behandeling) mogelijk is, doch bedoeld als uitzonderlijke maatregel. Tenslotte vermeldt hij dat de Commissie zal controleren of er een systematisch probleem optreedt in de Lidstaten bij de toepassing van de EPGV en er zal opvolging zijn. Er wordt ook gedacht aan een herziening (uitbreiding) van het toepassingsgebied, het verhogen van de bekendheid van de procedure bij het publiek en het voorzien van begeleiding bij het invullen van de formulieren.

Voor de volledige presentatie, klik hier.

 

  • Prof. Dr. Xandra Kramer, Erasmusuniversiteit Rotterdam
    De toepassing van de EPGV, een academische visie

Prof. Kramer wil nagaan of deze procedure werkt en haar doeleinden bereikt.

De drempel tot de rechtbank wordt wel degelijk verlaagd: vrij eenvoudige standaardformulieren, lage kost, niet per sé advocaat nodig, beperkte duur. Toch is er slechts een beperkt gebruik van de EPGV in vele landen. Dit is in de eerste plaats te wijten aan de onbekendheid ervan. In de Angelsaksische wereld bestaan in het nationale recht gelijkaardige procedures en zien we dat de EPGV veel meer gebruikt wordt. Ook de limiet van € 2000 en het beperkte toepassingsgebied staan het succes in de weg. Dat de procedure ingesteld is voor de zwakkere partij, is ook een rem. Dit benadeelt de EPGV t.o.v. het Europees Betalingsbevel, dat gericht is op bedrijven. Bovendien gebruiken een aantal Lidstaten (waaronder België) rechtstreeks de verordening. Daardoor moet men voortdurend zwerven tussen nationaal recht en de verordening om de procedure toe te passen. Omzetting in het nationale recht verhoogt de bekendheid bij de rechtspractici en dus het gebruik. Tenslotte is er ook heel wat diversiteit tussen de Lidstaten onderling, o.a. op het vlak van bevoegdheid, communicatiewijzen ( in slechts 8 landen is e-communicatie mogelijk), mogelijkheid tot hoger beroep, … In de praktijk lijkt de procedure desalniettemin goed te werken wanneer ze gebruikt wordt. Het probleem situeert zich vooral in de fase erna: de uitvoering. Dit is echter eigen aan internationale zaken.

Om de procedure te verbeteren of beter bekend te maken, zou het nuttig zijn het plafond van 2000 EUR aan te passen. Ook de formulieren zijn voor verbetering vatbaar Men kan een speciale bevoegdheidsregel voorzien en sancties voorzien voor overschrijdingen van de termijn. Ook dienen een aantal begrippen verduidelijkt te worden en is meer transparantie betreffende de kosten wenselijk. Verder kunnen de COMMISSIE en Lidstaten training voorzien voor hun juridisch personeel en reclamecampagnes opzetten. Er moet aandacht besteed worden aan de verhouding tussen Europees en nationaal procesrecht En we mogen ook de rol van ADR niet vergeten.

Voor de volledige presentatie, klik hier.

 

  • Prof. Dr. Arnaud Nuyts, Université Libre de Bruxelles
    Welke rechtbank is bevoegd bij grensoverschrijdende geschillen?

In de Verordening 861/2007 over de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) staat niets vermeld over de territoriale bevoegdheid en dit in tegenstelling met de verordeningen over de Europese executoriale titel en het betalingsbevel. Daarom is het gemeen recht van toepassing, nl. de Verordening Brussel I.

Wanneer de handelaar de eisende partij is in een consumentengeschil, dan moet hij zich richten tot de rechtbank van de woonplaats van de consument. Is de consument de eisende partij, dan kan ook hij de zaak aanspannen voor een rechtbank van zijn wettige woonplaats, maar enkel op voorwaarde dat de handelaar zijn verkoopactiviteiten op de Belgische markt richt. Met ander woorden: de passieve consument wordt beschermd, de actieve niet.

Het concept “verkoopactiviteiten gericht op de Belgische markt” is voor interpretatie vatbaar. Het arrest “Pammer-Hotel Alpenhof” van het Europese Hof van Justitie biedt hulp bij het definiëren van dit concept. De Commissie is voorstander van een interpretatie in de ruime zin van het woord en beschouwt elk aanbod op het internet als een verkoopactiviteit die gericht is op de Belgische markt. Het Parlement daarentegen legt de nadruk op de intenties van de verkoper m.b.t. het land van de consument. Het Europese HvJ heeft beide hypotheses verworpen en stelt dat men moet nagaan of “de handelaar de intentie heeft handelsrelaties op te bouwen in het land van de consument”. Het gaat dus over een objectieve activiteit. Aan de hand van verschillende criteria, kan men nagaan of de “intentie” bestaat. Staat op de website voor welke markten het aanbod geldig is? Verschijnt de website in de gesponsorde resultaten van zoekmachines zoals Google? Bevat de domeinnaam de extensie .be, .nl, .fr of het neutralere .com of .eu? In welke taal of talen (het geografische adres en het e-mailadres zijn minder belangrijk) is de website opgesteld? Verwijzen de getuigenissen op het internet naar een internationaal cliënteel? Opgelet: deze redenering gaat enkel op voor geschillen waarbij de consument zich niet in dezelfde lidstaat bevond als de handelaar bij de ondertekening van de overeenkomst.

Wanneer een rechtbank niet bevoegd is in een geschil maar de tegenpartij die bevoegdheid niet betwist, dan moet de aangezochte rechter het geschil behandelen. Dit is ook het geval wanneer een rechtbank onbevoegd is in een geschil maar de verweerder enkel de grond van de zaak betwist en niet de bevoegdheid van de rechtbank. De rechter mag m.a.w. de bevoegdheid niet zelf ter sprake brengen. Als de tegenpartij echter niet antwoordt, dan moet de rechter zijn bevoegdheid controleren.

 

  • Hans De Coninck, consument
    De ervaring van een Belgische consument

Mijnheer De Coninck kocht een vliegticket op de website van Ryanair. Hij ontving een bevestiging waarop stond dat de reserveringsprocedure succesvol afgerond was. Wanneer hij wou inchecken, stelde mijnheer De Coninck vast dat zijn reservatie geannuleerd was omdat de betaling niet uitgevoerd was. Hij had nochtans nooit een bericht ontvangen om dit probleem te melden. Mijnheer De Coninck was ontsteld omdat Ryanair geen enkele poging ondernam om dit probleem op te lossen. Er zat niets anders op dan nieuwe tickets, die heel wat meer kostten dan de oorspronkelijke, te kopen. Hij heeft Ryanair gedagvaard via de Europese procedure voor geringe vorderingen.

Mijnheer De Coninck ondervond geen problemen met het invullen van het formulier. Hij heeft het naar de vrederechter in zijn gemeente gestuurd en € 27 procedurekosten betaald. De rechter heeft een uitspraak in zijn voordeel geveld, maar mijnheer De Coninck ondervond problemen bij het laten uitvoeren van het vonnis. Zo moest hij het formulier D in de taal van de uitvoering van het vonnis, nl. het Engels, ontvangen. Hij beschikte echter enkel over een Nederlandstalig formulier. De vrederechter van zijn gemeente heeft hem uiteindelijk het formulier D in het Engels bezorgd. Mijnheer De Coninck heeft het formulier naar Ryanair gestuurd, maar ontving geen antwoord van de Ierse maatschappij. Daarop heeft hij getracht de Ierse uitvoeringsautoriteit die belast is met de uitvoering van het vonnis te contacteren. Ook hier kreeg hij geen antwoord. Uiteindelijk heeft hij beroep gedaan op het Europees Centrum voor de Consument, dat erin geslaagd is het vonnis te doen uitvoeren.

 

  • Ralf Schmidt, vrederechter, nationale voorzitter KVVP
    De ervaring van een Belgische vrederechter

Mijnheer Schmidt heeft de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) al verschillende keren toegepast. Meestal op vraag van buitenlandse eisers die een vordering hebben tegen een Belgische onderneming of consument. Ook Belgische advocaten maken vaak gebruik van deze procedure tegen buitenlandse bedrijven. Mijnheer Schmidt rekent voor de EPGV € 27 aan, al bestaat er een controverse over de prijs (€ 27 of € 35).

De procedure voor het betalingsbevel wordt vaker gebruikt dan die voor de geringe vorderingen, omdat ze nog niet goed gekend is. Mijnheer Schmidt ontvangt vaak onvolledig ingevulde vorderingsformulieren en moet bijgevolg de indiener vragen het formulier te vervolledigen.

In welke munt geldt het bedrag en welke interesten worden gevorderd? Welke rentevoet en wettelijke basis? Vanaf wanneer begint men te rekenen?

Mijnheer Schmidt is een groot voorstander van schriftelijke procedures zoals de EPGV. Het zou echter interessant zijn om te evolueren naar een meer geïnformatiseerde en moderne procedure. De rechten van de verdediging moeten in elk geval behouden blijven en de betekening van de vordering moet per ontvangstbevestiging gebeuren.

Wat kan beter? In dit verband vermeldt mijnheer Schmidt de problematiek i.v.m. de effectieve verblijfplaats van de verweerder. Hij formuleert de volgende oplossingen: of de eiser voegt een uittreksel uit het bevolkingsregister bij zijn eis of de aangezochte rechtbank controleert op voorhand of de verweerder nog steeds op dezelfde plaats is gedomicilieerd. Maar het zwakste punt van de EPGV blijft volgens mijnheer Schmidt de uitvoering van het vonnis.

Voor de volledige presentatie, klik hier.

 

  • Erik Van den Eeden, vrederechter
    De praktische toepassing van de verordening in het Belgische procedurerecht  

Rechter Van den Eeden benadrukt dat hij in eigen naam spreekt en haalt een aantal knelpunten aan:

  • De verordening heeft voorrang op ons nationale recht, en het nationale recht mag de verordening dus niet uithollen.
  • De procedure is tegensprekelijk, moet dus worden ingeschreven op de A-rol en dat kost € 35.
  • De procedure is een gerechtelijke handeling. Enkel het invullen van het formulier kan via de griffie.
  • Mogelijk misbruik van de tegenvordering (zoals ook prof. Kramers aanhaalde).
  • Het geschil moet grensoverschrijdend zijn, niet de oorspronkelijke transactie (een bedrijf kan dus zijn nationale vorderingen overdragen aan een buitenlandse invorderaar die dan de EPGV kan gebruiken).
  • Er zijn geen sancties verbonden aan het niet-respecteren van de termijnen.
  • De gegrondheid van de vordering moet worden nagegaan en kan tot een tussenvonnis leiden (of eindvonnis indien kennelijk ongegrond).
  • De territoriaal onbevoegde vrederechter kan de zaak overmaken aan de bevoegde collega (art. 660 Ger. W.).
  • Taal: taal van het gerecht voor de formulieren, maar niet vereist voor de bewijsstukken, hoewel de rechter of verweerder wel een vertaling kunnen vragen.
  • Betekening: aangetekende afgifte, en anders regels van de EET-verordening.
  • “Middel van heroverweging”: BE heeft hier geen duidelijk antwoord op gegeven. Volgens de Minister van Justitie vielen verzet en gezag van gewijsde hieronder.
  • Er dient geen rechtsplegingsvergoeding te worden toegekend: art. 1018 Ger.W. haalt enkel de noodzakelijke kosten aan. Een raadsman is echter niet noodzakelijk.
  • De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, geen exequatur vereist.
  • Een Belgische uitvoeringswet zou de efficiëntie verhogen.

Voor de volledige presentatie, klik hier.



  • Florence Borcy, attaché FOD Justitie
    Het Europees Judicieel Netwerk (EJN): een netwerk tot uw dienst  Justitie

Mevrouw Borcy heeft het Europees Judicieel Netwerk voorgesteld, waarvan zij een van de contactpunten is. Ze heeft de oorsprong en de progressieve evolutie van dit netwerk toegelicht. Dit net heeft de bedoeling de juridische samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren en de toegang tot het gerecht te vereenvoudigen voor personen met een grensoverschrijdend geschil. Zo biedt het net de magistraten de mogelijkheid om zich te informeren over het geldende recht in een ander land. Het contactpunt van het ene land stuurt de vraag door naar dat van het betrokken land en geeft het antwoord aan de magistraat.

Voor de volledige presentatie, klik hier.